Wat bepaalt de kleur en smaak van wijn?

Waarom is de ene wijn licht en fris, terwijl een andere diep van kleur en krachtig smaakt? En waarom smaakt dezelfde druif anders wanneer ze uit een andere streek komt?

De kleur en smaak van wijn zijn het resultaat van verschillende factoren. De belangrijkste? De druif, het klimaat, de bodem en de manier waarop de wijn wordt gemaakt.

 De druif maakt het verschil

Elke druivensoort heeft haar eigen kenmerken. Bij rode wijn komt de kleur voornamelijk uit de schil van de druif. De dikte van die schil en de hoeveelheid kleurstoffen bepalen mee hoe intens de wijn wordt. Ook de aroma’s en smaken verschillen sterk per druif. Pinot Noir geeft bijvoorbeeld vaak elegante, fruitige wijnen, terwijl Cabernet Sauvignon doorgaans meer structuur en kracht kan geven. Bij witte wijn speelt het druivenras eveneens een grote rol. Denk aan de frisse citrus en groene appel van Sauvignon Blanc of de rijpere, bloemige en soms exotische aroma’s van Chardonnay.

Het klimaat bepaalt de rijpheid

Ook waar de druiven groeien, heeft een grote invloed. In een koeler klimaat rijpen druiven doorgaans trager. Dat kan zorgen voor meer frisheid en zuren en vaak voor lichtere, elegantere wijnen. In een warmer klimaat bereiken druiven gemakkelijker een hoge rijpheid. Dat kan leiden tot rijpere fruitaroma’s, een vollere smaak en vaak een hoger alcoholgehalte. Hetzelfde druivenras kan daardoor in verschillende wijnregio’s een heel ander karakter krijgen.

De bodem: subtiele invloed

Je hoort vaak dat de bodem de smaak van wijn bepaalt. De werkelijkheid is iets genuanceerder.

De bodem beïnvloedt onder andere de waterhuishouding en de manier waarop een wijnstok groeit. Dat heeft vervolgens invloed op de ontwikkeling en rijping van de druiven. De bodem is dus één onderdeel van het geheel, naast klimaat, druivenras en wijnbereiding.

De wijnmaker bepaalt mee het eindresultaat

Na de oogst begint het werk van de wijnmaker.

Bij rode wijn bepaalt onder andere de duur van het contact tussen het sap en de druivenschillen hoeveel kleur en structuur aan de wijn wordt meegegeven. Ook gisting, rijping en eventueel houtlagering hebben een grote invloed op het uiteindelijke karakter. Een wijn die rijpt op eikenhout kan bijvoorbeeld extra aroma’s en een andere textuur ontwikkelen. Een wijn die vooral in inox wordt gemaakt, behoudt vaak meer van zijn frisse en fruitige karakter.

En dan is er nog de leeftijd

Wijn blijft veranderen nadat hij gebotteld is. Jonge rode wijnen hebben vaak paarse en fruitige tonen. Naarmate ze ouder worden, kunnen de kleur en aroma’s evolueren richting meer roodbruine tinten en complexere aroma’s. Ook witte wijn verandert met de tijd. Een jonge witte wijn kan fris en citrusachtig zijn, terwijl een gerijpte wijn meer richting rijp fruit, honing of notige aroma’s kan evolueren.

Niet elke wijn is echter gemaakt om lang te bewaren. Sommige wijnen zijn juist op hun best wanneer ze jong en fris zijn.

Kortom: wijn is een samenspel

De kleur en smaak van wijn worden dus niet door één element bepaald.

Druif + klimaat + bodem + wijnbereiding + rijping = het karakter van de wijn.

En precies dat maakt wijn zo boeiend. Dezelfde druif kan, afhankelijk van waar en hoe ze wordt verbouwd en verwerkt, een compleet andere wijn opleveren.

Abonneer je en ontvang

Abonneer je en ontvang mooie kortingen op alle wijnen

mooie kortingen

op alle wijnen

Scroll naar boven