- Druiven & wijn
Van bloesem tot druif
Wist je dat het ongeveer 100 dagen duurt vooraleer de bloesem van de wijnstok evolueert tot een rijpe druif, klaar voor de oogst? Wat begint als een klein, onopvallend bloemetje, eindigt uiteindelijk als een sappige druif waaruit onze favoriete wijnen worden gemaakt. Maar wat gebeurt er precies tijdens die bijzondere reis van de wijngaard tot in je wijnglas?
1. De lente: wanneer de wijnstok ontwaakt
Na een lange winter begint de wijnstok in het voorjaar opnieuw tot leven te komen. Zodra de temperaturen stijgen, worden de eerste knoppen zichtbaar. Dit noemen we het moment van knopbreuk. Uit deze kleine knoppen groeien vervolgens jonge scheuten en blaadjes.
De wijnstok heeft zonlicht nodig om via fotosynthese energie aan te maken. Die energie gebruikt de plant om verder te groeien en uiteindelijk druiven te ontwikkelen. In deze fase is de wijnstok bijzonder gevoelig voor vorst. Een late nachtvorst kan jonge scheuten beschadigen en een deel van de toekomstige druivenoogst verloren doen gaan. Voor wijnbouwers is het voorjaar dan ook een spannende periode.
2. De bloesem: het begin van een nieuwe druif
Rond het einde van de lente of het begin van de zomer verschijnen de eerste bloemetjes aan de wijnstok. Deze bloei is een cruciaal moment in het groeiproces. De kleine, groenachtige bloemetjes zijn misschien minder opvallend dan de bloesems van fruitbomen, maar ze vormen wel het begin van onze toekomstige wijn. Na de bestuiving ontwikkelen de bloemen zich tot kleine druiven. De weersomstandigheden spelen hierbij een belangrijke rol. Warm en droog weer bevordert doorgaans een goede bloei, terwijl koude temperaturen, regen of sterke wind de vruchtzetting kunnen verstoren.
Wanneer de bloemetjes succesvol uitgroeien tot druiven, begint de volgende fase: de ontwikkeling van de tros.
3. De zomer: kleine druiven worden groter
Na de bloei verschijnen er kleine, groene druifjes aan de wijnstok. In eerste instantie zijn deze druiven hard, zuur en relatief klein. Tijdens de zomer groeien ze verder en ontwikkelen ze hun pitten en schil. De wijnstok heeft in deze periode voldoende zonlicht, water en voedingsstoffen nodig. Tegelijkertijd is een evenwichtige groei belangrijk. Te veel bladeren kunnen bijvoorbeeld voor extra schaduw zorgen, terwijl extreme droogte de ontwikkeling van de druiven kan bemoeilijken. De wijnbouwer houdt de wijngaard daarom nauwlettend in de gaten. Door het snoeien van bladeren en het beheren van de druiventrossen kan de hoeveelheid zonlicht en luchtcirculatie worden beïnvloed.
4. De véraison: wanneer druiven beginnen te verkleuren
Een van de meest bijzondere momenten in de wijngaard is de zogenaamde véraison. Dit is het moment waarop de druiven beginnen te rijpen en van kleur veranderen. Bij blauwe druiven verschijnen de eerste paarse of donkerblauwe tinten. Witte druiven worden doorgaans geler of krijgen een meer doorschijnende kleur.
Maar er gebeurt veel meer dan alleen een verandering van kleur. De druiven worden zachter, het suikergehalte stijgt en de zuren nemen geleidelijk af. Tegelijkertijd ontwikkelen zich aroma’s die later een belangrijke rol spelen in de smaak van de wijn. Vanaf dit moment begint de druif steeds meer op de vrucht te lijken die we kennen, al is ze nog niet noodzakelijk klaar om geoogst te worden.
5. De oogst: het perfecte moment bepalen
Ongeveer 100 dagen na de bloei zijn veel druivenrassen klaar voor de oogst. Dat is echter geen vaste regel. De exacte rijpingsperiode verschilt naargelang het druivenras, het klimaat, de ligging van de wijngaard en de weersomstandigheden. De wijnbouwer moet bepalen wanneer de druiven hun ideale rijpheid hebben bereikt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het suikergehalte, maar ook naar de zuurgraad, de aroma’s en de rijpheid van de schillen en pitten. Voor een frisse witte wijn kan het bijvoorbeeld wenselijk zijn om de druiven iets vroeger te oogsten, terwijl bepaalde rode wijnen gebaat zijn bij een langere rijpingsperiode. Ook de manier van oogsten verschilt. Sommige druiven worden met de hand geplukt, andere met behulp van machines. Vooral bij bepaalde kwaliteitswijnen of op steile hellingen blijft handmatige oogst belangrijk.
6. Van druif tot wijn: het werk gaat verder
Na de oogst begint het wijnmaakproces. De druiven worden geselecteerd en verwerkt, waarna het sap kan vergisten. Tijdens de alcoholische fermentatie zetten gisten de suikers in het druivensap om in alcohol en koolzuurgas. Afhankelijk van het type wijn volgen daarna nog verschillende stappen, zoals rijping in roestvrijstalen tanks of houten vaten, klaring en botteling. Het resultaat? Een fles wijn waarin de omstandigheden van het groeiseizoen, de eigenschappen van de druif en het vakmanschap van de wijnmaker samenkomen.
Een stukje natuur in elke fles wijn
De volgende keer dat je een glas wijn inschenkt, denk dan eens aan de bijzondere reis die eraan voorafging. Van de eerste knoppen in de lente tot de bloesem, de groeiende druiventrossen en de uiteindelijke oogst: elke fles wijn begint met een klein bloemetje in de wijngaard. En hoewel die reis gemiddeld ongeveer 100 dagen van bloesem tot oogst duurt, is geen enkel groeiseizoen hetzelfde. Net dat maakt wijn zo bijzonder: elke jaargang vertelt opnieuw het verhaal van de natuur, het klimaat en de mensen die met zorg aan de wijn hebben gewerkt.
Abonneer je en ontvang
Abonneer je en ontvang mooie kortingen op alle wijnen
mooie kortingen
op alle wijnen



